Groenwassen (Greenwashing) in de horeca: Vermijd deze valkuilen
Je staat op het terras van je beachclub, de zon gaat onder en de zee ruist op de achtergrond.
Een groepje gasten loopt langs de bar en roept iets over dat 'super duurzame' rietje van zeewier dat je net serveert. Je glimlacht, maar stiekem weet je dat diezelfde groep later op de avond bij de snackbar om de hoek nog een patatje met een plastic bakje ophaalt.
Je doet je best, echt waar. Je hebt biologisch afbreekbare rietjes ingekocht voor €0,09 per stuk en je menukaart staat vol met 'local' en 'fair'. Toch voelt het soms alsof je aan het dweilen bent met de kraan open. En eerlijk? Soms pak je de makkelijke weg.
Je koopt een groenwas-voordeelpakket en zet er 'plasticvrij' op, zonder echt te kijken naar de totale impact.
Dat is precies waar greenwashing om de hoek komt kijken. Het is een valkuil waar veel horeca-ondernemers in strandtenten en beachclubs intrappen, vaak zonder het te weten. Maar je gasten zijn steeds slimmer.
Ze zien het verschil tussen een echt verhaal en een groen laagje verf. En een onbetrouwbaar imago?
Dat is funest voor je reputatie. Laten we de vijf meest gemaakte fouten induiken, zodat jij je zaak echt duurzaam kunt maken, in plaats van alleen maar te doen alsof.
Fout 1: De 'plasticvrije' rietjes-hype
Het is een bekend beeld: je bestelt een partij 'composteerbare' rietjes van maïszetmeel, want dat klinkt fantastisch. Je gasten vinden het leuk, het voelt goed. Je betaalt er €0,08 tot €0,15 per stuk voor, terwijl een plastic rietje maar €0,01 kost.
Je zet er '100% plasticvrij' op de menukaart bij en je voelt je een held.
Maar hier gaat het mis. Die rietjes zijn alleen composteerbaar onder zeer specifieke omstandigheden: in een industriële composteringsinstallatie, bij temperaturen boven de 60 graden.
Ze horen dus niet in de GFT-bak of het milieu. Belandt zo'n maïsrietje in de zee? Dan breekt het langzaam af in microplastics, net als een gewoon plastic rietje.
Je gasten gooien ze vaak alsnog op het strand of in de natuur, in de veronderstelling dat ze 'goed bezig zijn'.
Het gevolg is dat je een hoop geld betaalt voor een product dat in de praktijk net zo schadelijk kan zijn, en je bovendien je gasten verkeerd voorlicht. De oplossing: Kies voor herbruikbare rietjes. Het beste materiaal voor aan de kust is roestvrijstaal (RVS) of glas. Ze zijn €1,50 tot €3,00 per stuk, maar je gebruikt ze maandenlang.
Spoel ze na gebruik even af in de spoelkeuken. Als je echt wegwerp wilt, kies dan voor papieren rietjes, maar wees dan eerlijk: die zijn vooral geschikt voor koude dranken en vergaan snel in de mond. De allerbeste oplossing?
Vraag gasten of ze een rietje willen. Een simpele 'Wilt u een rietje?' bij het opnemen van de bestelling schrapt al direct 80% van de vraag.
Dat is pas écht duurzaam en het scheelt je direct in de kosten.
Fout 2: De 'lokaal' labeltjes-trend
Stel je voor: je bent de trotse eigenaar van een strandtent in Zandvoort. Op je menukaart prijkt 'Lokale Kibbeling'.
Je gasten lezen het en denken: 'Lekker, vers van de visser hier om de hoek'.
Je voelt je goed, want je steunt de regionale economie. Totdat een gast vraagt waar de vis vandaan komt. Je moet dan eerlijk bekennen dat de kibbeling weliswaar van de Nederlandse visboer is, maar dat de kabeljauw zelf uit de Noordzee komt, die gevangen wordt door een IJslandse trawler en vervolgens in een fabriek in Urk wordt verwerkt.
Of erger: je serveert 'verse' oesters, maar die komen uit een Zeeuwse kwekerij die met transportvrachtwagens dagelijks naar de kust rijdt. 'Lokaal' is een containerbegrip. Zonder context betekent het niets. Het gevaar is dat je je gasten misleidt.
Ze betalen een premium voor iets wat ze denken van dichtbij te halen, terwijl de voetafdruk misschien wel groter is dan die van de concurrent.
De oplossing: Wees extreem specifiek. In plaats van 'Lokaal', schrijf je: 'Kibbeling van kabeljauw gevangen door kotter UK-123, dagvers aangeleverd door Visgroothandel Jan de Vis uit IJmuiden'.
Of: 'Oesters van kwekerij 't Zilt uit Yerseke, geoogst gisteren'. Geef je leverancier een naam. Hang een foto op van je visser of boer.
Dit bouwt vertrouwen op en is een veel krachtiger verhaal. Je kunt ook de postcode van je strandtent op de kaart zetten en de postcode van de leverancier erbij.
Zo zien gasten direct hoe dichtbij het echt is. Dit kost je niets extra, maar het maakt je verhaal ondoorgrondelijk eerlijk.
Fout 3: De 'energiezuinige' airco die overuren draait
Het is een zwoele zomeravond. Je beachclub zit vol.
Binnen staat de airco op 19 graden, terwijl de temperatuur buiten nog aangenaam is.
Je bent trots op je nieuwe, energiezuinige airco-installatie, die je €8.000 heeft gekost. Je vertelt je gasten dat je 'groene stroom' gebruikt en dat het systeem 'A++' is. Maar de deuren staan wagenwijd open om de rokers buiten te laten, waardoor de koude lucht constant naar buiten stroomt en de warme lucht naar binnen.
De airco moet daardoor op volle toeren draaien om het hoofd koel te houden. Je verbruikt op die manier meer energie dan je oude, 'inefficiënte' systeem dat je misschien wel had kunnen uitzetten.
Je investeert in technologie, maar je gedrag saboteert het resultaat. De gevolgen zijn een torenhoge energierekening en een gigantische CO2-uitstoot, terwijl je je gasten vertelt dat je 'groen bezig bent'. De oplossing: Focus op isolatie en gedrag, niet alleen op de hardware. Zorg voor goede tochtstrips bij de deuren.
Richt je terrasverwarming en -koeling slim in. Gebruik bijvoorbeeld terrasverwarmers op basis van infrarood, die verwarmen alleen de mensen en niet de lucht eromheen.
Dat is 30% zuiniger. Installeer een schemersensor of timer op de airco, zodat deze automatisch uitschakelt als het rustig wordt. En heel simpel: maak het je personeel makkelijk.
Hang een briefje op bij de deur: 'Deur dicht als de airco aan staat'. Geef ze een bonus als ze de energierekening met 10% weten te verlagen. Zo maak je van je personeil je 'green team'.
Fout 4: De 'plasticvrije' verpakking met een verborgen voetafdruk
Je hebt de knoop doorgehakt: al je afhaalverpakkingen moeten duurzaam zijn. Je koopt een partij bakjes die gemaakt zijn van 'bagasse', een restproduct van suikerriet.
Ze zijn €0,12 per stuk en voelen stevig aan. Je zet er '100% composteerbaar' op en je bent er klaar voor.
Een week later belt je leverancier: de bakjes zijn uitverkocht, de levertijd is drie maanden. Je grijpt noodgedwongen naar de oude, witte plastic bakjes. Je voelt je schuldig, maar je moet je gasten toch eten geven?
Of je bestelt de 'groene' bakjes, maar ze blijken gemaakt in China, met een enorme transportvoetafdruk. Bovendien zijn ze vaak gecoat met een laagje dat niet composteerbaar is, waardoor ze in de praktijk in de verbrandingsoven belanden.
Je betaalt een hoge premie voor een product dat in de praktijk niet veel beter is dan het alternatief. De oplossing: Kies voor het 'Least Worst' scenario. De meest duurzame verpakking is er een die je al hebt. Hergebruik waar het kan.
Voor afhaal is het lastig, maar je kunt wel kiezen voor materialen die lokaal en in bulk beschikbaar zijn.
Kies voor papieren bakjes zonder plastic coating (de 'natuurlijke' variant, vaak bruin van kleur), die zijn €0,06 per stuk. Of nog beter: bied een statiegeldsysteem aan voor je afhaalbakjes. Je rekent €2,50 statiegeld, en bij inlevering krijgt de gast dat terug.
Dit is een enorme drempel voor zwerfafval en je bakjes komen gegarandeerd terug. Daarnaast kun je korting geven op afhalen als de gast zijn eigen bakje meeneemt. Dat is pas écht duurzaam ondernemen, net als werken met milieuvriendelijke schoonmaakmiddelen voor de horeca.
Fout 5: De 'social media' groen-was-campagne
Je hebt een prachtige Instagram-post geplaatst. Een foto van je terras, met de zonsondergang op de achtergrond.
Caption: 'Wij zijn #plasticvrij en #duurzaam! 🌿☀️' Je krijgt veel likes en een paar reacties. Je voelt je goed. Maar als een gast later die post ziet en vervolgens bij je bestelt, krijgt hij een cocktail geserveerd met drie verschillende plastic rietjes, een plastic roerstaafje en een plastic prikker met een kers.
Of hij ziet dat je 'duurzame' vis op de menukaart staat, maar dat je visverpakkingen in de prullenbak belanden.
De disconnectie tussen je online verhaal en je offline realiteit is enorm. Je gasten voelen zich voor de gek gehouden. Ze delen hun teleurstelling online en je reputatie krijgt een deuk. De gevolgen zijn een verlies aan vertrouwen en waarom greenwashing je reputatie kan schaden, een imagoschade die je met een marketingcampagne niet snel herstelt.
De oplossing: Wees transparant en laat het zien. Gebruik social media niet voor het 'plaatje', maar voor het 'proces'.
Post een story van je medewerker die de afwas doet met eco-vriendelijke schoonmaakmiddelen die de zee niet vervuilen. Laat zien hoe je de vis van de visser in ontvangst neemt. Deel een filmpje van je nieuwe, energiezuinige verlichting.
En als je een fout maakt? Geef dat toe. Post: 'Oeps, door een leveringsprobleem zitten er vandaag helaas plastic rietjes in de cocktails.
We zijn ermee bezig.' Dat soort eerlijkheid waardeert je gast meer dan een perfect, nep verhaal. Je bouwt een community van gasten die met je meedenken, in plaats van gasten die je controleren.
Checklist: Zo blijf je écht duurzaam
Wil je zeker weten dat je niet in de valkuilen trapt? Gebruik deze checklist voor je volgende bestelling of social media post.
Hang 'm op in de keuken of aan je dashboard. Eerlijkheid duurt het langst, en het betaalt zich op de lange termijn terug in klantloyaliteit en een schone planeet.
- Check je rietjes: Zijn het herbruikbaar materiaal of papier? Vraag je gasten actief of ze er een willen.
- Benader je leverancier: Wees specifiek. Waar komt het vandaan? Hoe ver reist het? Kies voor de dichtstbijzijnde optie.
- Check je energieverbruik: Sluit deuren en ramen. Gebruik timers op je airco en verlichting. Check je meterkast eens per week.
- Kies je verpakking: Ga voor lokaal, bulk en papier. Overweeg statiegeld. Vraag je af: Kan ik dit bakje wassen en hergebruiken?
- Wees open online: Deel het proces, niet alleen het resultaat. Benoem je leveranciers bij naam. Geef fouten toe.
- Vraag je af: Is dit echt duurzaam, of voelt het alleen zo? Ben ik eerlijk naar mijn gasten?
