De regels van Rijkswaterstaat voor bouwen aan de kust

Portret van Redactie Brooklyn Beach, Redactie
Redactie Brooklyn Beach
Redactie
Bouw, Vergunningen & Techniek · 2026-02-15 · 7 min leestijd

Je staat met je voeten in het zand, kijkt naar de plek waar je volgende zomer die ene geweldige beachclub wilt openen.

Misschien wel met een terras dat zo ver de duinen in loopt. Je hoofd loopt over van ideeën, maar dan komt die ene vraag: mag dit eigenlijk wel zo aan de kust? Rijkswaterstaat heeft hierover de touwtjes strak in handen, en dat is maar goed ook. De kust is namelijk van ons allemaal. In dit stuk leg ik je precies uit hoe die regels werken, wat het kost en hoe je het slim aanpakt.

Waarom Rijkswaterstaat de baas is op het strand

Stel je even voor: iedereen bouwt zomaar wat op het strand. De een een houten bar, de ander een mega-terras.

Na een jaar is het strand een chaos van bouwsels. Rijkswaterstaat (RWS) is de organisatie die ervoor zorgt dat dit niet gebeurt.

Zij beheren de kustlijn van Nederland, van de Waddeneilanden tot aan Zeeland. Hun hoofdtaak? Beschermen van de kust en zorgen dat iedereen er vrij kan recreëren. De kust is een openbaar gebied.

Als je iets wilt bouwen of neerzetten, heb je dus te maken met de Kustwet. Rijkswaterstaat geeft hiervoor de kaders.

De gemeente verleent de daadwerkelijke vergunning, maar RWS bepaalt de grenzen. Zij kijken naar de veiligheid, het landschap en de publieke toegankelijkheid. Zonder hun instemming ben je nergens. Het is dus slim om ze er vroeg bij te betrekken.

Denk aan de strandtenten die je kent: de Vroeg in Zandvoort, De Zeeuw in Wijk aan Zee, of die gave pop-up bar in Scheveningen.

Elk van die tenten heeft een vergunning die voldoet aan de RWS-richtlijnen. Ze staan niet zomaar op het strand. Ze staan er omdat ze voldoen aan regels over hoogte, breedte, afstand tot het water en de manier waarop ze zijn verankerd. Dat is de basis.

Hoe de vergunningprocedure werkt: stappenplan

De kern van de zaak is de vergunning. Je kunt niet zomaar een shovel pakken en beginnen. De procedure begint bij de gemeente, maar Rijkswaterstaat levert de input.

Je dient een aanvraag in bij de gemeente waar je strandtent of beachclub moet komen.

Zij toetsen je plan aan hun bestemmingsplan én aan de kaders van RWS. Dat is een pittige klus.

Een typische aanvraag begint met een tekening op schaal 1:500. Je laat zien waar je tent komt, hoe groot hij is, en wat de afstand tot de waterlijn is. RWS eist vaak een minimale afstand van 25 tot 50 meter tot de vloedlijn, afhankelijk van de locatie.

In Zeeland, waar de zee wilder is, kan dat oplopen tot 100 meter.

Je moet ook aantonen dat je constructie stormvast is. Geen losse palen, maar goed verankerd. De kosten voor zo’n vergunning variëren sterk. Voor een kleine, seizoensgebonden strandtent (tot 100 m²) betaal je ongeveer €1.500 - €3.000 aan leges.

Een grotere beachclub van 500 m² of meer? Dan zit je al snel op €8.000 - €15.000.

Tel daar de kosten voor een bodemonderzoek (€1.500) en een flora- en fauna-onderzoek (€2.000) bij op.

De totale aanvraag kost je al gauw €10.000 voordat je ook maar één paal de grond in slaat. De doorlooptijd is minstens drie maanden, maar reken gerust op zes tot negen maanden voor een groter project. Rijkswaterstaat kan een zienswijze indienen.

Zij kunnen bezwaar maken als ze denken dat je plan de kustlijn aantast. Daarom is het slim om ze al in een vroeg stadium te spreken. Een vooroverleg kost niets, maar kan je maanden wachten schelen.

De technische eisen: wat mag en wat niet

De regels van RWS zijn concreet. Ze zijn erop gericht dat je constructie tijdelijk is en geen sporen achterlaat.

Je mag geen beton storten in het zand. Alles moet demontabel zijn.

De meeste strandtenten werken met een systeem van schroeffunderingen. Dat zijn metalen pennen die je de grond in draait. Na het seizoen draai je ze er weer uit.

Geen gat, geen rotzooi. De maximale hoogte is een ander punt.

Voor een strandtent mag de goothoogte (de laagste rand van het dak) meestal niet boven de 3,5 meter uitkomen. Een beachclub met een vide kan wat hoger zijn, maar de totale hoogte mag zelden meer dan 6 meter zijn. Je bouwt tenslotte in een open landschap. Te hoog en je overstemt de horizon.

RWS houdt daar scherp toezicht op. De grootte is ook gelimiteerd.

Een klein strandpaviljoen mag vaak tot 150 m² vloeroppervlakte hebben. Grotere concepten, zoals de pop-up beachclubs in Scheveningen, kunnen oplopen tot 500 m² of meer, maar dan moet je aantonen dat je geen hinder bent voor het publieke strand. Dat betekent dat je minimaal 20 meter breed publiek strand vrij moet houden langs je tent. Benieuwd naar het verschil tussen een seizoensgebonden en een jaarrond paviljoen?

Geen terras dat de doorgang blokkeert. Verder zijn er regels voor materiaal.

Hout moet behandeld zijn tegen zout en vocht. Gebruik van staal is toegestaan, maar moet roestvrij zijn. Dakbedekking moet windvast zijn.

Denk aan zeildoek van hoogwaardige kwaliteit, zoals Sunbrella of TenCate. Die materialen kosten meer, maar ze overleven een storm. Een goedkoper doek scheurt sneller en dat levert gevaarlijke situaties op.

Prijzen en modellen: wat kost een strandtent?

De kosten voor een vergunning zijn één ding, maar de bouwkosten zijn de echte investering. Een strandtent bouwen is een proces dat ik opdeel in drie modellen, passend bij de niche van strandtenten en beachclubs.

Model 1: De kleine strandtent (tot 100 m²)
Dit is de klassieke houten tent op palen. Denk aan een eenvoudig paviljoen met een terras. De bouwkosten liggen tussen €25.000 en €50.000.

Je kunt een kant-en-klaar systeem kopen van een leverancier als Beach Pavilion Systems.

Zij leveren complete pakketten inclusief schroeffunderingen. De montage kost ongeveer €5.000. De totale investering, inclusief vergunning, kom je op €40.000 tot €70.000. Een pop-up bar van een weekend?

Die kun je huren voor €1.500 per weekend. Model 2: De mid-size beachclub (100-300 m²)
Dit is een tent met meer uitstraling.

Denk aan de strandtenten in Zandvoort of Bloemendaal. Je gebruikt meer staal en aluminium. De wanden zijn vaak glas of vouwsystemen.

De kosten zijn €75.000 - €150.000. Voor de inrichting (keuken, bar, meubels) tel je nog eens €30.000 op.

De vergunning kost €5.000 - €8.000. De totale investering: €120.000 - €200.000. Denk aan merken als Royal Tent voor de overkappingen.

Die zijn duurder, maar zien er top uit. Model 3: De mega beachclub (300+ m²)
Dit is voor de serieuze ondernemer.

Denk aan beachclubs als Coast in Scheveningen of Vroeg in Zandvoort. Deze bouwwerken zijn half permanent.

Ze hebben vaste wanden, een keuken met professionele apparatuur en een groot terras. De bouwkosten lopen op tot €300.000 - €500.000. De vergunning en voorbereiding kosten €15.000 - €25.000.

Daar komen nog kosten bij voor evenementenvergunningen als je optredens wilt organiseren.

De totale investering: €400.000 - €600.000. Dit is een serieuze investering, maar de omzetten zijn ook hoog. Let op: de kosten voor verzekeringen zijn vaak vergeten. Een strandtent verzekeren tegen storm en diefstal kost €1.500 - €3.000 per jaar.

RWS eist een aansprakelijkheidsverzekering. Zonder polis geen vergunning.

Praktische tips voor je aanvraag

Eerst even dit: begin op tijd. Wacht niet tot maart met je aanvraag.

De meeste gemeentes sluiten hun aanvraagronde voor strandtenten in januari. Mis die deadline en je bent een heel seizoen kwijt. Begin dus in november of december met de voorbereiding.

“Een goede voorbereiding is het halve werk. Praat met de gemeente voordat je tekent.”

Neem contact op met de afdeling Ruimtelijke Ordening van je gemeente. Vraag naar de kaders van Rijkswaterstaat.

Zij hebben vaak een standaardlijst met eisen. Gebruik die. En ga praten met een vergunningverlener.

Leg je idee voor. Ze zijn meestal behulpzaam als je laat zien dat je je huiswerk hebt gedaan. Zorg voor goede tekeningen. Huur een architect in die ervaring heeft met kustbouw en je precies kan vertellen hoe lang het vergunningstraject aan de kust duurt.

Een tekening die niet voldoet, wordt direct teruggestuurd. Kosten: €1.500 - €3.000.

Dat is een investering die zich terugbetaalt in een snellere vergunning. Test je locatie. Loop er een dag.

Kijk waar het water komt bij springtij. Kijk waar de wind vandaan komt.

Zorg dat je terras niet in de wind staat. Gebruik windschermen van kwaliteit. Denk aan de producten van Voskamp of Sunbrella.

Die kosten €200 per paneel, maar ze werken wel. En tot slot: hou rekening met de natuur.

Rijkswaterstaat eist dat je rekening houdt met vogels en planten. Doe een ecologisch onderzoek. Dat kost €1.500, maar het voorkomt dat je vergunning wordt geweigerd.

Zit er een nest van de bontbekplevier in de duinen? Dan moet je je bouwplan aanpassen.

Met deze kennis kun je aan de slag. De kust is een prachtige plek om te ondernemen, maar je moet wel de regels volgen.

Rijkswaterstaat is geen vijand, maar een partner die zorgt dat de kust mooi blijft. Doe je huiswerk, praat op tijd, en bouw iets moois. Dan staat er volgend jaar misschien wel jouw beachclub te shinen op het strand.

Portret van Redactie Brooklyn Beach, Redactie
Over Redactie Brooklyn Beach

Expert content over strandtenten beachclubs horeca evenementen kust

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Bouw, Vergunningen & Techniek
Ga naar overzicht →